password

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pass·word
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord password passwords
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

password o

  1. (informatica) geheime persoonlijke code die een gebruiker toegang verschaft tot een informatiesysteem
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
69 % van de Vlamingen.

Meer informatie