passim

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sim
Woordherkomst en -opbouw
  • van Latijn passim "wijd en zijd verstrooid, hier en daar, overal" in de betekenis "op tal van plaatsen te vinden" in een verder Nederlands zinsverband aangetroffen vanaf 1799 (zie vindplaats hieronder) [1]

Bijwoord

  1. op tal van plaatsen te vinden
    Vaak gebruikt wanneer het aantal plaatsen te groot is om afzonderlijk op te sommen.
    • Vanaf deel 4, dat begint in 1975, verandert Beerta in een bijfiguur. Zelden werd de oude zegswijze "Old soldiers never die, they just fade away" zo mooi geïllustreerd als in de rest van de cyclus. In deel 5 vermeldt de index hem nog maar 19 keer; een heel verschil met deel 1, waarin hij "passim" was. 
    • J. Kant, l.c. in de 'critik aller speculative theologie' passim, vooral p. 699, 701, 703 (…) [2]

Gangbaarheid

10 % van de Nederlanders;
12 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen