passievrucht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sie·vrucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord passievrucht passievruchten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

passievrucht v/m

  1. (fruit) vrucht van de Passiflora edulis
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie