passief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord passief passiva
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

passief o

  1. de financiële lasten
  2. de lijdende vorm van het werkwoord (Latijn passivum) [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen passief passiever meest passief
verbogen passieve passievere meest passieve

Bijvoeglijk naamwoord

passief [2] [3]

  1. (medisch) niet zelfstandig werkzaam
  2. gebeurend zonder dat men daarvoor actie hoeft te ondernemen
  3. (scheikunde) geen actieve eigenschap bezittend
  4. (handel) meer schulden dan vermogen hebbend
  5. (taalkunde) in de lijdende vorm staand
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. etymologiebank.nl