passe-partout

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

[1] passe-partout
Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·se-par·tout
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kartonnen raampje of rand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1824 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord passe-partout passe-partouts
verkleinwoord passe-partoutje passe-partoutjes

Zelfstandig naamwoord

passe-partout m [3]

  1. een lijst om een foto of plaat
    • Kaders en passe-partouts, fotografen zijn er dol op. Op een tentoonstelling hangen foto’s nooit gewoon aan de muur. Ze moeten op z’n minst een passe-partout krijgen. Zo’n neutrale overgangszone tussen het kunstwerk en de buitenwereld. Het doet de kleuren en grijstinten in het midden zoveel beter uitkomen. [4] 
  2. een sleutel die op alle sloten past
  3. een toegangskaart die toegang geeft tot alle voorstellingen van een bepaalde serie
    • Elk theater heeft bovendien een eigen programma met muziek, pop up-theater en hapjes en drankjes. Daarin is veel ruimte voor lokale groepen en artiesten. Met een festivalticket kan de bezoeker in alle theaters terecht. Een dagkaart kost 15 euro (10 euro voor studenten/CJPhouders), een passe-partout 25 euro. [5] 
    • Ben je wat gestrest en moet je nodig tot rust komen? Dan is het Body, Mind & Music Festival wat voor jou. Het Wilminktheater staat de hele dag in het teken van yoga, mindfulness en meditatie. Yogi Jan Kuiper opent het festival met de lezing ‘De Kracht van Meditatie’. Daarna is er een yogales. Een passe-partout kost 27,50 euro. De lezing begint om 11:00 uur. [6] 
    • Volgens ticketverkoper Eventim zijn de problemen verholpen die gisteren ervoor zorgden dat de verkoop van passe-partouts voor de wedstrijden van Feyenoord in de Europa League moest worden stopgezet. Dat meldt de Rotterdamse voetbalclub. Het is nog niet bekend wanneer de kaartverkoop weer verdergaat. [7] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  passe-partout     le passe-partout     passe-partout     les passe-partout  

Zelfstandig naamwoord

passe-partout m (traditionele schrijfwijze)

  1. sleutel die op verschillende sloten past, zodat je bijvoorbeeld met dezelfde sleutel zowel een gemeenschappelijke voordeur als de deur van het eigen appartement kan openen
  2. vlakke, losse sierrand of kader van om een afbeelding beter tot haar recht te laten komen
  3. (verouderd) (gereedschap) grote zaag waarmee twee mannen een boomstam kunnen doorzagen
Schrijfwijzen
Overerving en ontlening