passagiersbrug

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sa·giers·brug
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord passagiersbrug passagiersbruggen
verkleinwoord passagiersbrugje passagiersbrugjes

Zelfstandig naamwoord

passagiersbrug v/m

  1. (luchtvaart) een beweegbare brug die de terminal koppelt aan het vliegtuig om passagiers eenvoudig in en uit te laten stappen
    • De passagiersbrug moest aangepast worden voor het grootste passagiersvliegtuig dat hier zou aanmeren. 
Synoniemen

Gangbaarheid