passés

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·sés
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

passés

  1. partitief van de stellende trap van passé


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

passés mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord passé

Werkwoord

passés

  1. mannelijk meervoud voltooid deelwoord (participe passé) van passer