pasjakroetje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·sja·kroet·je

Zelfstandig naamwoord

pasjakroetje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pasjakroet

Gangbaarheid