pasgeboren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pas·ge·bo·ren
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen pasgeboren
verbogen

Bijvoeglijk naamwoord

pasgeboren

  1. kort geleden geboren
    • De pasgeboren baby ziet er heel lief uit als ze slaapt. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.