Naar inhoud springen

partouse

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  partouse     la partouse     partouses     les partouses  

partouse v

  1. (spreektaal) orgie, seksfeest
    «J’organise une partouse ce samedi, tu ramènes ta femme?»
    Ik organiseer een seksfeestje zaterdag, breng je je vrouw mee? [1]
vervoeging van
partouser

partouse

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van partouser
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van partouser
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van partouser