partnership

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • part·ner·ship
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord partnership partnerships
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

partnership o

  1. deelhebberschap