partijman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·tij·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord partijman partijmannen
partijlui
partijlieden
verkleinwoord partijmannetje partijmannetjes

Zelfstandig naamwoord

partijman m [1]

  1. leden van een politieke partij
    • Het is de vraag wat de bezorgde Republikeinse partijkopstukken gaan doen. Velen hadden Trump ernstig afgeraden het seksleven van Bill Clinton in de campagne te betrekken, maar zullen enigszins gerustgesteld zijn nu Trumps optreden relatief positief wordt ontvangen. De belangrijkste partijman, Trumps running mate Mike Pence, is niet gelukkig. [2] 
    • „Kijk, ik ben geen partijman. Maar vanuit historisch oogpunt pas ik beter bij de PvdA dan bij de VVD of het CDA. De PvdA en haar voorgangers, zoals de SDAP, heeft de meeste rechten verworven waar iedereen nu nog van profiteert. Dan denk ik aan het pensioen, de CAO-regelingen, het stakingsrecht. Maar ik ben geen afzetter tegen andere partijen.” [3] 
    • De Chinese regering komt bij een partijbijeenkomst van de Communistische Partij volgende maand met 'ongekende' economische en maatschappelijke hervormingen. Dat heeft de hoge partijman Yu Zhengsheng zaterdag via staatsmedia bekendgemaakt. [4] 

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Verwijzingen