partijdig
Uiterlijk
- par·tij·dig
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | partijdig | partijdiger | partijdigst |
| verbogen | partijdige | partijdigere | partijdigste |
| partitief | partijdigs | partijdigers | - |
partijdig
- bij een bepaalde stelling of kant aansluiten , iemand of iets bevoordelen
- Die scheidsrechter is partijdig !
- De Amerikaanse president Trump klaagt The New York Times aan, een van de meest prestigieuze kranten van de VS. Hij eist een schadevergoeding van minstens 15 miljard dollar voor wat hij noemt partijdige berichtgeving (!).[1]
bij een bepaalde stelling of kant aansluiten
- Het woord partijdig staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "partijdig" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ nos.nl (16 sep 2025)
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be