parlementariër

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·le·men·ta·ri·er
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘lid van het parlement’ voor het eerst aangetroffen in 1924 [1]
  • Afgeleid uit het Duits (van parlement) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord parlementariër parlementariërs
verkleinwoord parlementariërtje parlementariërtjes

Zelfstandig naamwoord

parlementariër m

  1. (politiek) iemand die door middel van verkiezingen is verkozen om de bevolking van een land te vertegenwoordigen in het parlement
    • De Duitse parlementariërs stemmen komende donderdag over het wetsvoorstel. 
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen