parketvloer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

parketvloer
Uitspraak
Woordafbreking
  • par·ket·vloer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord parketvloer parketvloeren
verkleinwoord parketvloertje parketvloertjes

Zelfstandig naamwoord

parketvloer m [1]

  1. een vloerbedekking die bestaat uit houten delen in verschillende formaten die in verschillende parketsystemen gelegd kunnen worden
    • Het is niet de Holocaust die de synagoge in onbruik heeft doen raken, al heeft hij er een aandeel in gehad. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het gebouw door de Duitse bezetter als balzaal gebruikt, maar behalve een gestolen parketvloer heeft dat geen blijvende sporen nagelaten. Uit Kalmthout alleen al zijn bijna tweehonderd joden gedeporteerd, maar sommigen zijn teruggekeerd. Het joodse vakantieoord herstelde zich grotendeels. Michaël Seletski herinnert zich hoe er in de jaren 70 en 80 soms vijftig à zestig gelovigen naar de synagoge kwamen. ‘In augustus was hier soms elke dag een gebedsdienst. Na een tijd kwamen er minder. Soms werd ik gebeld om op vrijdagavond vanuit Antwerpen naar hier te komen, zodat we met genoeg waren om een geldige dienst te houden.’ [2] 
    • Een prachtig kasteel, met veel oog voor detail gerenoveerd. De overdaad in de keuze voor rijke stoffen en de opvallende parketvloeren vind ik hier allesbehalve verkeerd. Het is een duidelijk statement. Ik bewonder het lef van deze interieur­architect. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard WOENSDAG 6 SEPTEMBER 2017
  3. Tubantia Gemma Boon 17-07-2017