parkeerschijfje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • par·keer·schijf·je

Zelfstandig naamwoord

parkeerschijfje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord parkeerschijf