parkeerbon
Uiterlijk
- Geluid: parkeerbon (hulp, bestand)
- IPA: / pɑrˈkerbɔn / (3 lettergrepen)
- par·keer·bon
- samenstelling van parkeer ww en bon
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | parkeerbon | parkeerbonnen (parkeerbons) |
| verkleinwoord | parkeerbonnetje | parkeerbonnetjes |
de parkeerbon m
- (verkeer) een schriftelijke mededeling dat men voor ongeoorloofd parkeren beboet wordt
- Er zat een parkeerbon onder de ruitenwisser.
- Het woord parkeerbon staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "parkeerbon" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verkeer in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %