parallax
Uiterlijk
- pa·ral·lax
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ogenschijnlijke verplaatsing’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
- afgeleid van het Griekse 'allassein' (veranderen) met het voorvoegsel para- [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | parallax | parallaxen |
| verkleinwoord | - | - |
de parallax m
- (optica) het verschijnsel dat de schijnbare positie van een voorwerp ten opzichte van een ander voorwerp en/of de achtergrond varieert als men het vanuit verschillende posities bekijkt
- Het woord parallax staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "parallax" herkend door:
| 49 % | van de Nederlanders; |
| 52 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "parallax" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ parallax op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Voorvoegsel para- in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Optica in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 49 %
- Prevalentie Vlaanderen 52 %