parabool

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Paraboolfiguur met het brandpunt (F), de ideale plaats voor microfoon, lamp of antenne
Westerbork, voormalige radioparabolen in een opstelling zodat men de richtwerking voor geluid zelf kan testen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·bool
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘kegelsnede’ voor het eerst aangetroffen in 1645 [1]
  • Ontleend aan het Franse parabole of het Latijnse parabola ( met het voorvoegsel para-)[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord parabool parabolen
verkleinwoord parabooltje parabooltjes

Zelfstandig naamwoord

parabool v/m

  1. (wiskunde) een kegelsnede waarbij het snijvlak parallel loopt met een lijn die aan de kegel raakt en tevens het toppunt snijdt
    • Als er geen wrijving was en de aarde plat was, dan zou de baan van een kogel een perfecte parabool beschrijven. 
  2. (natuurkunde), (optica), (elektronica) de paraboloïde reflector met een zeer sterke richtwerking vooral toegepast voor geluid, warmte, licht en bij antennes voor de hogere zend- en ontvangfrequenties van het radiospectrum
    • Een schotelantenne heeft doorgangs een parabool als reflector. 
  3. (natuurkunde), (astronomie) naam van de antenne met een parabool als reflector
    • Een radiotelescoop voor ruimteonderzoek met een enorme parabool. 
  4. (taalkunde) een retorische stijlfiguur, een formulering die de waarheid bewust te kort doet door haar als zeer klein, onnozel of onbeduidend voor te stellen
    • Als jij het Concertgebouworkest "een aardig strijkje" noemt, dan is dat een parabool, je weet wel beter! 
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord parabool parabole

parabool

  1. (wiskunde) parabool