papist

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·pist
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van paap met het achtervoegsel -ist
enkelvoud meervoud
naamwoord papist papisten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

papist m

  1. (geschiedenis) aanhanger van de paus, het papisme
  2. rooms-katholiek
    papist bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Antoniemen
Vertalingen