paparazzo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·pa·raz·zo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paparazzo paparazzi
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

paparazzo m

  1. (beroep) opdringerige persfotograaf
     Het was een oprecht excuus; Hill geeft toe dat zijn woordkeuze ‘grotesk’ was en dat hij niet ‘faggot’ had moeten zeggen, ook al bedoelde hij het niet homofoob. Maar toch begón de acteur zijn spijtbetuiging met het goedpraten van zijn gedrag. De paparazzo in kwestie viel hem al de hele dag lastig. Riep nare dingen. Deed hem ‘oprecht pijn’ met zijn woorden en maakte hem zo boos dat hij zichzelf genoodzaakt zag om met ‘het meest pijnlijke woord dat hij kon bedenken’ te reageren.[2]
     Een andere paparazzo (fotograferende journalisten zijn brutaler dan schrijvende) ging 5x8 bellen („een hele troep nozems") en binnen de minuut draaide een politievolkswagen het plein op, ons voorbij, om heel in de verte een tijd stil te blijven staan, moed verzamelend of uithijgend van het harde lopen.[3]
Hyperoniemen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. paparazzo op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 17 augustus 2021 Weblink bron Anke Meijer “Aan deze elementen moet een goede spijtbetuiging voldoen” (20 januari 2017) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 17 augustus 2021 Weblink bron Cremeren - Kendall - Chroesjtsjow - TV in: Algemeen Handelsblad op Wikipedia, jrg. 137 nr. 44532 (4 juli 1964), P. den Hengst en Zoon, Amsterdam, p. 7 kol. 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be