panvis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pan·vis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord panvis panvissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

panvis m [1]

  1. (kookkunst) een visgerecht waarbij de vis en de andere ingrediënten in één plan worden gekookt
Synoniemen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Verwijzingen