panty

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een vrouw met panty.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pan·ty
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkort uit het Engelse pantyhose. In het Engels bedoelt men met panties een "onderbroekje voor vrouwen".
enkelvoud meervoud
naamwoord panty panty's
verkleinwoord panty'tje panty'tjes

Zelfstandig naamwoord

panty m

  1. (kleding) onderbroek voor dames, die lijkt op een lange, dunne kous en het gehele been bedekt
    • Een nylon panty wordt vaak door vrouwen gedragen in combinatie met een rok. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈpænti/
Woordafbreking
  • pan·ty
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
panty panties

Zelfstandig naamwoord

panty

  1. (USA en Canada) onderbroek voor vrouwen
Synoniemen
Opmerkingen
  • Voor één onderbroekje gebruikt men steeds de uitdrukking a pair of panties. Het enkelvoud panty wordt enkel gehanteerd in samenstellingen.
Afgeleide begrippen