pannendak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

pannendak
Uitspraak
Woordafbreking
  • pan·nen·dak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pannendak pannendaken
verkleinwoord pannendakje pannendakjes

Zelfstandig naamwoord

pannendak o [1]

  1. schuin dak dat met dakpannen gedekt is
    • Het college vindt ook dat zonnepanelen op het oude pannendak minder erg is dan 'allerlei losse elementen in het buitengebied'. Op termijn wordt in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied van de gemeente Berkelland mogelijk meer geregeld rond de plaatsing van zonnepanelen. [2] 
    • Vooral bij het hoofdgebouw is het Anton Pieck-gehalte hoog. Het heeft een kasteeltoren en een poort en vormt een verlengstuk van de historiserende bouwstijlen die ook elders in Ootmarsum zo populair zijn. Bij het bijgebouw, in feite een langgerekte boerenschuur, is de vormgeving iets eigentijdser, maar ook hier overheerst de nostalgie van eikenhout en pannendak. [3] 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen