Naar inhoud springen

panache

Uit WikiWoordenboek
1. vederbos op een hoofddeksel
  • pa·na·che
enkelvoud meervoud
naamwoord panache panaches
verkleinwoord - -

depanachev/m

  1. vederbos, voor op een helm of ander hoofddeksel, ook als sieraad
  2. (figuurlijk) bravoure, zwier
70 %van de Nederlanders;
85 %van de Vlamingen.[3]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  panache     le panache     panaches     les panaches  

panache m

  1. vederbos, voor op een helm of ander hoofddeksel, ook als sieraad
  2. pluim [5], rookpluim
    «La ville était recouvert par d'épais panaches de fumée.»
    De stad werd bedekt met dikke rookpluimen.
  3. (figuurlijk) met bravoure, met zwier
  4. (spreektaal) sneeuwwitje, shandy (limonade met bier) [1]