palurk
Uiterlijk
- pa·lurk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | palurk | palurken |
| verkleinwoord | - | - |
de palurk m
- (scheldwoord) grok, onbehouwen persoon
- Wat een palurk is dat, zeg!
- Het woord palurk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "palurk" herkend door:
| 6 % | van de Nederlanders; |
| 8 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be