palmvaren
Uiterlijk
- palm·va·ren
- samenstelling van palm zn en varen zn , omdat de verschijningsvorm doet denken aan een varen op de stam van een palm
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | palmvaren | palmvarens |
| verkleinwoord | palmvarentje | palmvarentjes |
de palmvaren m
- (beschrijvende plantkunde) benaming voor naaktzadige, houtige planten uit de groep Cycadophyta
, of meer specifiek de orde Cycadales
- Hoewel een palmvaren op een varen en een palm lijkt, is hij eerder verwant aan de coniferen.
- ▸ De zwam, Sporidesmium knawiae, komt voor op een bepaald type palmvaren uit Afrika.[1]
- zie de categorie: Palmvarens in het Nederlands
- Het woord 'palmvaren' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Jarige KNAW krijgt eigen schimmel” (13 november 2008) op nrc.nl 
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 of 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beschrijvende plantkunde in het Nederlands
- Palmvarens in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal