palliatief
Uiterlijk
- Geluid: palliatief (hulp, bestand)
- IPA: / ˌpɑlijaˈtif / (4 lettergrepen)
- pal·li·a·tief
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verzachtend middel’ voor het eerst aangetroffen in 1824 [1]
- afgeleid van palliatie met het achtervoegsel -ief [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | palliatief | palliatieven |
| verkleinwoord | - | - |
het palliatief o
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | palliatief | palliatiever | palliatiefst |
| verbogen | palliatieve | palliatievere | palliatiefste |
| partitief | palliatiefs | palliatievers | - |
palliatief
- (medisch) de pijn verzachtend
- Het woord palliatief staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "palliatief" herkend door:
| 80 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "palliatief" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ palliatief op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Achtervoegsel -ief in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Medisch in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 80 %
- Prevalentie Vlaanderen 95 %