palissade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·lis·sa·de
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘omheining’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1576 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord palissade palissaden
palissades
verkleinwoord palissadetje palissadetjes

Zelfstandig naamwoord

palissade v

  1. een aaneengesloten rij van in de grond geslagen palen of staken, die vaak dienst doen als omheining
    • Het fort had eerst een houten palissade, later werd deze vervangen door een stenen muur. 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
82 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen