palen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een rij palen in het water.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
palen
paalde
gepaald
zwak -d volledig

Werkwoord

palen [1]

  1. grenzen aan
  2. (seksualiteit) onovergankelijk (vulgair) geslachtsgemeenschap hebben
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

palen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord paal
     Deze Terminus bestond uit een paar dikke palen die ik uitgeput omhelsde.[2]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be