pakkerd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

pakkerd
Uitspraak
Woordafbreking
  • pak·kerd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pakkerd pakkerds
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

pakkerd m

  1. een dikke kus
    • John Porter even een hand wou geven aan Peter Bossaert, voor de foto? Telenet-baas Porter ging spontaan nog een stapje verder en plantte en pakkerd op de wang van de ceo van Medialaan. Beide toplui namen zelf twee maanden geleden het initiatief om de jarenlange, pijnlijke vete tussen hun organisaties te beëindigen, en ze glommen gisteren duidelijk van trots. [1] 
    • In een geluidsfragment in het Radio2-programma Gijs 2.0 was vanmiddag een onvervalst smakgeluid te horen en daarna de schallende lach van de Brabantse Sandra. Gevolgd door een ietwat stamelende Olke, die duidelijk onder de indruk is van de zoen. ,,Dat gaat wel even door je hart heen.’’ Volgens Sandra was de onverwachte pakkerd zijn eigen schuld. ,,Jij vroeg om een spontane, vlotte vrouw.’’ [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. de Standaard 21 MAART 2014 Dominique Deckmyn
  2. Tubantia Angela de Jong 24-03-2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be