pakkend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pak·kend
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pakkend pakkender pakkendst
verbogen pakkende pakkendere pakkendste
partitief pakkends pakkenders -

Bijvoeglijk naamwoord

pakkend

  1. interessant, boeiend, dat wat je belangstelling trekt
    De leraar wist een pakkend verhaal te vertellen over de slag bij Nieuwpoort.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
pakken

pakkend

  1. onvoltooid deelwoord van pakken