pakje
Uiterlijk
- pak·je
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | pakje | pakjes |
het pakje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pak
- ▸ Ze reikt achter de toonbank en pakt een klein, gekreukt pakje.[1]
- ▸ Het pakje verdwijnt vlug van Hanna's vingers in de zak van Cornelia's rok.[1]
- ▸ Barbie werd uitgelachen dat hij al drie weken lang alleen maar ‘ramen bomb’ at (een pakje noedels met een pakje aardappelpuree en een blik tonijn door elkaar).[2]
- alleen verkleinwoord klein geschenk in een tijdelijk omhulsel van papier of vergelijkbaar materiaal, ter verfraaiing en bescherming
- Bij een pakje hoort een gedichtje op Sinterklaasavond.
- [2] cadeautje
- [1] pakjesdienst, pakjesdrager
- [2] pakjesavond, pakjesboot, pakjesfeest
- Het woord pakje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pakje" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- 1 2 Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx“Het huis aan de gouden bocht” (2014), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789021809526 - ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %