pakje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pak·je
Woordherkomst en -opbouw
  • Verkleinvorm van pak.
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord pakje pakjes

Zelfstandig naamwoord

pakje o dim. tant.

  1. cadeautje, geschenkje
    • Bij een pakje hoort een gedichtje op Sinterklaasavond. 
  2. verkleinwoord van pak
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Zelfstandig naamwoord

pakje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord pak
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be