pairtjes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pair·tjes
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

pairtjes mv

  1. verkleinwoord meervoud van het zelfstandig naamwoord pair

Gangbaarheid