pafferig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paf·fe·rig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pafferig pafferiger pafferigst
verbogen pafferige pafferigere pafferigste
partitief pafferigs pafferigers -

Bijvoeglijk naamwoord

pafferig

  1. slap en dik
    • De pafferige jongen hing de hele dag maar in de stoel te hangen en deed niets anders dan gamen, cola drinken en chips eten. 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.