paardenmossel
Uiterlijk

- paar·den·mos·sel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | paardenmossel | paardenmosselen paardenmossels |
| verkleinwoord | paardenmosseltje | paardenmosseltjes |
- (tweekleppigen) bepaald soort schelpdier, Modiolus modiolus
, dat op een grovere uitvoering van de mossel lijkt
- Schelpen van de gewone paardenmossel zijn vaak begroeid met andere organismen zoals zeepokken, kalkkokerwormen en mosdiertjes.
- gewone paardenmossel (Modiolus modiolus)
- baardmossel (Modiolus barbatus)
- stralende paardenmossel (Modiolus adriaticus)
- Het woord 'paardenmossel' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Tweekleppigen in het Nederlands
- Weekdieren in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal