paapje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Paapje

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • paap·je
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord paapje paapjes

Zelfstandig naamwoord

paapje o dim. tant.

  1. (vogels) Saxicola rubetra op Wikispecies een Europese kleine zangvogel uit de onderfamilie saxicolinae van de vliegenvangers van de Oude Wereld, Muscicapidae op Wikispecies
    • Het paapje is nauw verwant met de roodborsttapuit. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

paapje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord paap

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.

Meer informatie