Naar inhoud springen

paapje

Uit WikiWoordenboek
2. Een paapje, Saxicola rubetra
  • paap·je
  • afgeleid van  paap zn  met het achtervoegsel -je
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (paap) (papen)
verkleinwoord paapje paapjes

hetpaapjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord paap
  2. alleen verkleinwoord (zangvogels) bepaald soort Europese kleine zangvogel, Saxicola rubetra op Wikispecies uit de onderfamilie Saxicolinae op Wikispecies van de vliegenvangers van de Oude Wereld (Muscicapidae op Wikispecies)
    • Het paapje is nauw verwant met de roodborsttapuit. 
69 %van de Nederlanders;
51 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be