påsk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • påsk

Zelfstandig naamwoord

påsk o

  1. Pasen
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   påsk     påsken     påskar     påskarna  
genitief   påsks     påskens     påskars     påskarnas  
Afgeleide begrippen