overzien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·zien
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overzien
overzag
overzien
klasse 5

onregelmatig

volledig

Werkwoord

overzien

  1. alles tegelijk kunnen zien
    • Hij overzag alle gevaren in één oogopslag. 
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overzien
zag over
overgezien
klasse 5

onregelmatig

volledig
Vertalingen

Werkwoord

overzien [1]

  1. overgankelijk met het oog doorlopen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
overzien

overzien

  1. voltooid deelwoord van overzien

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen