overwonnen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·won·nen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
overwinnen

overwonnen

  1. meervoud verleden tijd van overwinnen
    • Wij overwonnen. 
    • Jullie overwonnen. 
    • Zij overwonnen. 
  2. voltooid deelwoord van overwinnen
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
overwinnen

overwonnen

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overwinnen
    • ...dat wij overwonnen. 
    • ...dat jullie overwonnen. 
    • ...dat zij overwonnen. 

Meer informatie