overwelving

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

bakstenen overwelving van een poortin een stadsmuur
Uitspraak
Woordafbreking
  • over·wel·ving
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overwelving overwelvingen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

overwelving v [1]

  1. iets dat een ruimte met een boog overspant en van boven afsluit
    • Toch moet elk beeld dat in zo'n bepalend, monumentaal gebouw wordt neergezet, zich meten met die immense overwelving. Dat is niet eenvoudig voor moderne beelden, die het zonder sokkel moeten doen en zich daardoor niet kunnen isoleren van de omringende ruimte. Wat dat betreft hebben de monumentale beelden een streepje voor. [2] 
    • Ik heb zelf een keer een vriend zo gek gekregen om, terwijl ik het stadsprofiel van Leiden schilderde waar zelfs geen struikje in het uitzicht stond, een rijkelijk bebladerde tak op te houden zodat het vergezicht zich onder een groene overwelving uitstrekte. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Verwijzingen