overvleugelen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·vleu·ge·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overvleugelen
overvleugelde
overvleugeld
zwak -d volledig

Werkwoord

overvleugelen

  1. overgankelijk in belang of grootte te boven groeien
    • Het Britse koloniale rijk had de andere koloniale machten in de negentiende eeuw vrijwel geheel overvleugeld. 

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders
86 % van de Vlamingen.