overtrokken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • over·trok·ken
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
overtrekken

overtrókken

  1. meervoud verleden tijd van overtrekken
    • Wij overtrókken. 
    • Jullie overtrókken. 
    • Zij overtrókken. 
  2. voltooid deelwoord van overtrekken
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
overtrekken

óvertrokken

  1. (in een bijzin) meervoud verleden tijd van overtrekken
    • ...dat wij óvertrokken. 
    • ...dat jullie óvertrokken. 
    • ...dat zij óvertrokken. 

Gangbaarheid