overstroming

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·stro·ming
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overstroming overstromingen
verkleinwoord overstrominkje overstrominkjes

Zelfstandig naamwoord

overstroming v

  1. het binnenlopen van water in doorgaans droog gebied
    • Midden-Europa heeft weer te kampen met overstromingen. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be