overste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·ste
enkelvoud meervoud
naamwoord overste oversten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

overste m

  1. iemand die de hoogste leiding van iets heeft
    • De overste besloot hieraan niet mee te werken. 
  2. (religie) het hoofd van een abdij of mannenklooster
  3. (militair) een rang in het leger
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie