overschaduwen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·scha·du·wen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overschaduwen
overschaduwde
overschaduwd
zwak -d volledig

Werkwoord

overschaduwen

  1. overgankelijk iets domineren, naar de achtergrond drukken
    • De conferentie werd overschaduwd door een opleving van geweld. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen