overredend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·re·dend
stellend
onverbogen overredend
verbogen overredende

Bijvoeglijk naamwoord

overredend

  1. geschikt of met de bedoeling om over te halen[1]
    • Voor zijn levendige verhaaltrant, zijn overredend betoog, zijn vlammende aanklachten, zijn lyrische ontboezemingen, weet hij telkens de passende taal en stijl te vinden. [2]
    • (...) een overredend ik spreekt tot een somber U. [3]
Synoniemen

Bijwoord

  1. op een manier om iemand over te halen
    • Adino wil ook zijn woordje doen, overredend, kameraadschappelijk. [4]
    • Overredend betogende stukken waren er dit jaar niet bij (...) [5]

Werkwoord

vervoeging van
overreden

overredend

  1. onvoltooid deelwoord van overreden
    • "Dat zijn er niet velen", ging hij voort, overredend, als verdedigde hij zijne zaak. [6]

Gangbaarheid

Verwijzingen