overnachting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·nach·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord overnachting overnachtingen
verkleinwoord overnachtinkje overnachtinkjes

Zelfstandig naamwoord

overnachting v

  1. het doorbrengen van de nacht in een tijdelijk onderkomen
    • Na nog twee overnachtingen in een hotel bereikten we eindelijk onze bestemming. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.