overmeesteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·mees·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overmeesteren
overmeesterde
overmeesterd
zwak -d volledig

Werkwoord

overmeesteren

  1. (overgankelijk) een gevecht van iemand winnen
    Zij overmeesterden snel de wachters en rukten op naar het hoofdkwartier.