overleveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overleveren
leverde over
overgeleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

overleveren

  1. overgankelijk in handen van een andere partij geven
    • De Georgiërs van Texel werden in de handen van Stalin overgeleverd. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.